André van IPF AlternatieVier jaar na de officiële diagnose IPF gaat het relatief goed met André Vierling. Zijn niet aflatende zoektocht naar manieren om zo fit mogelijk te blijven werpt steeds nieuwe vruchten af. Veel baat heeft hij bij stamceltransplantaties en het gebruik van wat in de wandeling de ‘Bemer mat’ of het ‘Bemer matras’ heet. Daarnaast blijft hij veel ademhalings- en bewegingsoefeningen doen, let hij nauwgezet op zijn voeding en gebruikt hij supplementen. Onnodig te zeggen dat de traditionele medicijnen om IPF af te remmen en die veel vervelende bijwerkingen hebben, buiten de deur blijven.

‘De ziekte is taai, maar dat ben ik ook’

Stamceltransplantaties in een kliniek in Servië geven André een ‘enorme boost’.
“Ze hebben zeventig procent functieverbetering beloofd, en dat is ook gelukt. Mijn bloeddruk is nu beter en de saturatie (de hoeveelheid zuurstof die het lichaam opneemt) is stabiel op een goed niveau. Als ik de trap op liep, had ik een hartslag van honderd, en na tien minuten nog steeds negentig. Nu heb ik na het sporten een hartslag van 150, die na vier minuten is gezakt naar tachtig.”
“Mijn conditie is dus echt sterk verbeterd. Ik merk het bijvoorbeeld ook met boodschappen doen. Al heel snel had ik last van verzuring met tillen. Nu loop ik met gemak een heel eind met drie tassen. Het hoesten is duidelijk een stuk minder. En belangrijk is verder dat ik mentaal veel beter ben, veel optimistischer. Ik ben hurry up aan het werk. En trouwens, m’n libido is ook weer op peil.” En dat allemaal zonder verdere bijverschijnselen.
Over de kliniek in Belgrado is André om meer dan één reden erg te spreken. “Ze onderzoeken er veel meer dan ziekenhuizen in Nederland. Na de eerste keer hadden ze al een dossier van vijf A4’tjes, waarin aan allerlei aspecten aandacht wordt besteed. Hier doen ze een paar testjes, schrijven de standaard (ontzettend dure) medicijnen voor, en dat is het dan. De artsen zijn niet begaan met de persoon, zien alleen een ziektegeval. Een longarts heeft hoogstens twee minuten voor me, gaat niet eens even zitten. Ik voel me als een lastige klant die een café binnenkomt, maar zo snel mogelijk weer weg moet.”
Dat hij in een bevoorrechte positie is door het te kunnen betalen, realiseert André zich natuurlijk terdege. Hij prijst zich gelukkig met de hulp van anderen.

Een mat met een magnetisch signaal

Een nieuw hulpmiddel dat André gebruikt is de Bemer mat. Hij heeft er zeker baat bij: “Het is een geweldig ding. Hij haalt de pijn weg met een magnetisch signaal, dat de bloedsomloop sterk in beweging zet. “ Twee keer per dag ligt hij er acht minuten op. Na een tijdje mag je er een nacht op slapen. Dit medisch hulpmiddel heeft overigens ook nog andere toepassingen, zoals bij couveusekinderen.
Zijn dieet volgt André strak: suikers en alcohol zijn inmiddels taboe, op fruit na. “Het dieet is nu cruciaal”, vertelt hij. “Ik heb geloof ik alle intoleranties. Als ik me er niet aan hou, krijg ik ongecontroleerde hoestbuien. De ontstekingswaarden in mijn bloed zijn dertig procent lager. En de pijn in mijn middenrif is ook weg.”
’s Avonds sport André drie kwartier tot een uur. Chi kung – een verzamelnaam voor manieren om je energiestromen op een natuurlijk manier te stimuleren – vormt de basis, met bewuste oefeningen om je ademhaling te verbeteren en je fysieke souplesse te bevorderen. “Ik doe dat al tientallen jaren en heb er natuurlijk zelf les in gegeven, dus dat maakt het makkelijk. Het is heel goed voor mensen met mijn ziektebeeld: alles komt los. In China zien veel medici het als essentieel. Je hebt ziekenhuizen waar chi kung standaard onderdeel is van de behandelingen, naast acupunctuur en het gebruik van kruiden. “
Behalve transplantaties, diëten en oefeningen is er nog iets dat goed helpt: THC-olie ofwel wietolie, dus olie waaraan hars van de cannabisplant is toegevoegd. “Ik gebruik elke dag een drupje. Het geeft me zoveel rust.”

Hard en gemeen

Het gaat dus best goed met André. Hij woog een tijdje geleden nog maar 61 kilo, en zit nu weer op de 65 kilo. Elk pondje telt. En elk jaartje ook. Dat realiseert hij zich maar al te goed.
“Alles werkt nog, maar de ziekte is slopend en taai, hard en gemeen.” En lachend: “Maar zelf ben ik ook een taaie; voor een man althans.”
“Bang voor de dood ben ik niet, maar ik wil niet enorm lijden, mijn waardigheid totaal verliezen. Voordat het zover komt, ga ik naar de Levenseindekliniek. Dat betekent dan het einde van dit leven, maar ik geloof in reïncarnatie. Ik denk dat ik al eerder op deze wereld ben geweest. Een oude ziel.”

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten